Sinds de jaren negentig staat stedenbouwkundige planning vaak in het teken van de dynamiek binnen de samenleving. Voornamelijk het thema ‘individualisering’ is hierbinnen steeds vaker een vertrekpunt. Echter blijft de uitdaging groot om de mogelijkheid tot expressie van het individu een plek te geven binnen collectiviteit, zoals bij complexen voor eengezinswoningen.

Hieraan voorbij gaan zou daarentegen een gemiste kans zijn. Zeker in de wetenschap dat ‘huiselijke intimiteit’ voornamelijk voor jonge gezinnen met kinderen steeds belangrijker wordt. Gezinsleven en veiligheid staan bij hen centraal. Kortom, ze willen zich echt thuis voelen; een belangrijk criterium om te kunnen faciliteren.

Dat lijkt gemakkelijker binnen een stadshuis in het knusse Delft, dan binnen een nieuwbouwcomplex daarbuiten. Vaak kunnen ze zichzelf dat huis echter niet veroorloven, dus trekken zij de stad uit. Maar Delft wil ze graag binnen de stad houden.

Het spanningsveld dat optreedt tussen onpersoonlijke collectiviteit en behoefte aan huiselijke intimiteit is interessant. Want stel je voor dat je als gezin ook kunt kiezen voor huiselijke collectiviteit? Dat je met veel mensen binnen één complex kunt wonen, maar tegelijkertijd toch het gevoel hebt dat je met je gezin in een echt huis woont? Dat je met elkaar collectief thuis bent?

Thuis in de breedste zin van het woord. Dus zowel binnenshuis als binnen de gemeenschappelijke zones in en om het complex. Thuis in de buurt en daarmee thuis binnen de stad.